Strafrechter wijst ‘recordbedrag’ aan smartengeld toe

Onlangs schreef ik voor Letsel & Schade een korte noot bij Hof Den Haag 8 maart 2018, ECLI:NL:GHDHA:2018:532. Het gaat in deze (straf)zaak om de ernstige gevolgen van excessief geweld, waarbij het slachtoffer ernstige hersenbeschadiging heeft opgelopen en ter zake waarvan de dader door het hof wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf jaar wegens poging tot doodslag. Het hof wijst een bedrag van € 250.000 aan smartengeld toe (vermeerderd wettelijke rente vanaf datum delict, te weten 11 november 2015). De uitspraak is opmerkelijk omdat een rechter niet eerder een smartengeldbedrag van deze omvang toewees – een stijgende lijn lijkt er wel te zijn – en het bovendien de strafrechter is die hier het plafond verhoogt. Zeker wanneer het algemene ‘smartengeldpeil’ aan verandering onderhevig is, lijkt het mij zinvol om de ingangsdatum van de wettelijke rente over de vergoeding van immateriële schade kritisch tegen het licht te houden.
 
De noot is hier te lezen.