Welkom op de website van Marnix Hebly


Ontwikkeling Gedragscode Behandeling Beroepsziekten

Op 25 april jl. is tijdens een speciale bijeenkomst het startsein gegeven voor de ontwikkeling van een gedragscode voor de afhandeling van beroepsziekteclaims, een project dat wordt geleid door Siewert Lindenbergh en waaraan ik samen met mijn collega Melissa de Groot zal meewerken. Het ministerie van SZW subsidieert de totstandkoming van de gedragscode en heeft De Letselschade Raad opdracht gegeven de ontwikkeling in gang te zetten. In overleg en samenwerking met de relevante partijen in de letselschadebranche zal de Raad een gedragscode tot stand brengen. 
 
Voor werknemers die vermoeden dat zij gezondheidsproblemen hebben opgelopen als gevolg van hun werkzaamheden, is het vaak lastig om hun schade gecompenseerd te krijgen. Bij letselschadezaken is het aan de direct betrokkene, de persoon met letselschade, om te bewijzen dat zijn of haar gezondheidsklachten veroorzaakt zijn door een ongeval, (medisch) incident of werkomstandigheden. In geval van beroepsziektes is het bewijzen van het causaal verband tussen de letselschade en de huidige of vroegere werkzaamheden van de betrokkene echter veel complexer en daardoor tijdrovender dan in andere letselschadezaken. Daarnaast ervaren werknemers een hoge drempel bij het melden van een beroepsziekte en het indienen van een schadeclaim, omdat zij hun relatie met de eigen werkgever niet willen compromitteren. Resultaat hiervan is dat de problematiek latent blijft en (te) veel werknemers schade lijden, daarbij zonder goede begeleiding in een kwetsbare positie blijven en niet gecompenseerd worden voor de geleden en nog te lijden schade.
 
De wens van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is om meer aandacht te vestigen op de problematiek van de beroepsziektes en tot een regeling te komen die het melden van een beroepsziektezaak laagdrempeliger maakt en tevens waarborgen biedt voor een adequate behandeling daarvan. Het proces van verhalen van de schade dient transparanter dan nu te verlopen en te worden vereenvoudigd. Gaandeweg het ontwikkelingsproces van gedragsregels voor een adequate behandeling van letselschadezaken, veroorzaakt door beroepsziektes, zal blijken of een aanvulling op de reeds bestaande Gedragscode Behandeling Letselschade voldoende is, of dat het nodig is om een nieuwe, specifieke gedragscode op te stellen.
 
Meer informatie over het project is hier te vinden. 

 

0 Berichten

Schadevaststelling bij boombeschadiging: een opmerkelijk arrest

In HR 15 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3145, RvdW 2018/29 (Liander/Gemeente Heiloo) draait het om de vaststelling van schade als gevolg van de beschadiging van een boom (in het openbaar groen), waarbij geen sprake is van noodzaak tot vervanging. Bij door Liander uitgevoerde graafwerkzaamheden raken de wortels beschadigd van een ongeveer 70 jaar oude zomereik die in eigendom toebehoort aan de gemeente Heiloo. In opdracht van de gemeente taxeert een boomdeskundige de schade, en doet dat aan de hand van het Rekenmodel Boomwaarde zoals opgenomen in de Richtlijnen NVTB 2013 van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. Omdat dit rekenmodel in veel gevallen wordt toegepast, wenst Liander een principiële uitspraak over de vraag in hoeverre het rekenmodel in lijn is met het schadevergoedingsrecht.

 

Het hof formuleert algemene uitgangspunten voor de schadevaststelling bij boombeschadiging. De Hoge Raad overweegt dat de schadebegroting niet kan worden gestoeld op het uitgangspunt dat de kosten die in het verleden zijn gemaakt om het genot van de boom te verkrijgen en te behouden geacht moeten worden hun doel te hebben gemist: de boombeschadiging (die niet noodzaakt tot vervanging) laat onverlet dat die boom tot het moment van de beschadiging de functie die hij voordien had steeds in volle omvang heeft vervuld en nadien ten dele nog vervult. Nu vaak onzekerheid zal bestaan over enerzijds de ontwikkeling van het zelfherstel van de boom na de beschadiging en anderzijds de ontwikkeling in het hypothetische geval zonder de beschadiging, kan een afweging van goede en kwade kansen op bezwaren stuiten die aan directe algehele begroting op basis van een schatting in de weg staan. Dat een begroting bij voorbaat (art. 6:105 BW) in dit type gevallen de voorkeur zou verdienen boven het afwachten van een eindtoestand kan volgens de Hoge Raad als algemene regel niet worden aangenomen.

 

In mijn JA-noot komen verschillende aspecten aan de orde. Zo ga ik in op het Rekenmodel Boomwaarde en op de vraag in hoeverre boomwaardeverlies als vermogensschade kan kwalificeren: een vraag die in de Nederlandse rechtspraak en literatuur nog betrekkelijk weinig aandacht heeft gekregen. Ten aanzien van het arrest van de Hoge Raad ben ik enigszins kritisch: ik meen dat het arrest van hof anders moet worden gelezen dan hoe de Hoge Raad dat doet. Dat relativeert niet alleen de overwegingen van de Hoge Raad ten aanzien van zowel het leerstuk van de vergeefs gemaakte kosten als de begroting van toekomstige schade (de onderwerpen waarop het hof wordt gecorrigeerd), maar het leidt ook tot de conclusie dat over de ‘juridische houdbaarheid’ van het Rekenmodel Boomwaarde nog niet zoveel duidelijk is.

 

De annotatie is te vinden in de nieuwe Jurisprudentie Aansprakelijkheid.

 

0 Berichten

Besluit vergoeding affectieschade

Op 9 mei 2017 heeft de Tweede Kamer na een langdurige aanloop – een eerder voorstel strandde in 2010 in de Eerste Kamer – het Wetsvoorstel Affectieschade met algemene stemmen aangenomen. Het wetsvoorstel houdt in dat naasten van slachtoffers met ernstig letsel en nabestaanden van overledenen een aanspraak krijgen op vergoeding van immateriële schade (‘affectieschade’). De wet heeft tot doel erkenning te verschaffen van het door naasten ondervonden leed en het bieden van een zekere genoegdoening aan deze naasten, op een wijze die belastende discussies over de omvang van het verdriet en de daarmee verband houdende schadevergoeding zoveel mogelijk voorkomt. Zie voor de behandeling van het Wetsvoorstel Affectieschade in de Eerste Kamer https://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/34257_vergoeding_van.  

 

Op 14 september 2017 is het Besluit vergoeding affectieschade in concept gepubliceerd ter consultatie (zie https://www.internetconsultatie.nl/affectieschade). Het besluit beoogt duidelijkheid te verschaffen over de vergoeding door de bedragen vast te leggen. Forfaitaire bedragen worden gehanteerd om te voorkomen dat de vaststelling van de schadevergoeding zou leiden tot langdurige en pijnlijke discussies over de omvang van het leed.

 

Mijn collega Evelien Engelhard en ik schreven over dit Besluit vergoeding affectieschade een artikeltje (rubriek ‘Kort & Bondig’) in het NTBR. Het is te raadplegen via http://deeplinking.kluwer.nl/?param=00CF35F3&cpid=WKNL-LTR-Nav2.

 

0 Berichten

Geen beweging in het verjaringsregime voor mesothelioomclaims

Zojuist verscheen mijn artikel in NTBR (2017/32) over de verjaring van asbestclaims en het recente arrest Van Otterloo/Maersk. Het gaat meer specifiek over de hanteerbaarheid van de gezichtspuntencatalogus uit het arrest Van Hese/De Schelde en de vraag of recente rechtspraak van het EHRM aanleiding geeft tot (enige) koerswijziging, nu de verjaring van schadevergoedingsvorderingen ter zake van ‘verborgen’ (personen)schade op gespannen voet kan staan met het recht op toegang tot de rechter.

 

In dit artikel ga ik nader in op dat spanningsveld en op de in de literatuur aangedragen suggesties ter verscherping van de gezichtspuntencatalogus. Ook wordt de wijze waarop de Hoge Raad de zaak zelf afdoet kritisch tegen het licht gehouden.

 

Online te lezen via https://lnkd.in/g_KfpS6

 

0 Berichten

Begroting van schade: meer dan een momentopname?

Op 25 en 26 november 2016 verdedigden Marnix Hebly en Siewert Lindenbergh hun preadvies ‘Schadebegroting en tijdsverloop’ bij de Vereniging voor de Vergelijkende Studie van het Recht van België en Nederland.

 

In hun preadvies verkennen Hebly en Lindenbergh de begroting van schade vanuit de invalshoek dat schade in de tijd bezien vrijwel altijd een veranderlijk verschijnsel is, maar niettemin in een geldbedrag tot uitdrukking moet worden gebracht. Het resultaat van de schadebegroting wordt bijna altijd (mede) bepaald door het tot uitgangspunt genomen tijdsmoment en de concrete invulling van het begrip schade. De rechter, die bij de begroting van schade een grote mate van vrijheid geniet, ziet zich regelmatig geconfronteerd met tijdsverloop-gerelateerde vragen die cruciaal zijn bij de vaststelling van de schadeomvang. Een actueel voorbeeld biedt de schadevergoeding wegens waardevermindering van huizen door aardbevingen als gevolg van de jarenlange gaswinning in Groningen, zonder fysieke schade aan de woning en zonder verkoop: wanneer ‘ontstaat’ die schade, en naar welk moment moet zij worden beoordeeld?

 

Aan Belgische zijde werd gepreadviseerd door Geert Jocqué, raadsheer in het Hof van Cassatie en academisch consulent bij de Universiteit Gent. Het preadvies werd aan de hand van een tiental vraagpunten besproken. Nadien brachten Aster Schreuder en Joost Stam verslag uit van de discussie.

meer lezen 0 Berichten